Wilde framboos (Rubus idaeus)

 

De wilde framboos is een plant uit de rozenfamilie. Ze is nauw verwant aan de bramen. De framboos is een in heel Europa van nature voorkomende plant en is als voedsel al sinds de vroegste tijden in gebruik. De plant is een heester waarvan de rechtopstaande stengels bij ons meestal tot 1.2 m hoog worden. De stengels zijn lichtjes stekelig en bedauwd. Elk jaar worden nieuwe stengels uit wortelopslag gevormd en sterven de oudere stengels af. De bloeitijd is gespreid vanaf mei tot juli.

 

De eetbare frambozen zijn dof rose tot donker paarsrood, behaard en laten bij rijpheid los van de kegelvormige bloembodem.

 

Meestal vind je frambozen op halfbeschaduwde plaatsen op vochtige, maar niet natte, matig voedselrijke, matig zure tot neutrale kalkarme grond met een goed verterende strooisellaag (allerlei grondsoorten, maar het meest op zand en leem).

 

Natuurlijke groeiplaatsen worden gevormd door kapvlakten, bossen (dreven en open plekken in loofbossen, moerasbossen, bronbossen en langs boswegen), bosranden, struwelen, langs spoorwegen, ruigten en rotsspleten.

 

In tuinen en parken kan je frambozen gebruiken in een gemengde wilde bessenhaag, onder bomen en wilde hoekjes. Door de uitlopers blijven frambozen niet op de plantplek staan, maar zoeken ze zelf een eigen plekje.