Mispel (Mespilus germanica)

 

       
De wilde mispel is een plant uit de rozenfamilie (Rosaceae) en is dus familie van de appel en de peer. De mispel vormt een kleine boom, die ongeveer 4.5 m hoog kan worden. Ze bloeit in mei met circa 4 cm grote crèmewitte bloemen. Of mispel echt inheems is, of na de ijstijden meegebracht door de mens is nog moeilijk te achterhalen.

De bolvormige vruchten worden 2 tot 3.5 cm groot. Ze hebben een kroontje van blijvende kelkbladen. Ze smaken melig en wrang; pas als ze na enige maanden iets beurs zijn geworden zijn ze eetbaar en zoet. Zangvogels, en vooral lijsterachtigen eten de bessen die rijp worden midden in de winter als de herfstbessen al lang weg zijn. Je kan de zacht geworden vruchten ook uitzuigen vanaf het steeltje of er compot van maken.

Zonnige tot licht beschaduwde, warme plaatsen op vochtige, matig voedselrijke, kalkarme, zwak zure tot neutrale grond vormen de natuurlijke groeiplaatsen. (Leem, lemig zand, löss en rivier- of berg)  Mispel komt voor in lichte loofbossen en houtwallen, bosranden, heggen, oude boomgaarden en langs holle wegen.