Gladde Iep (Ulmus minor)

 
                                                            

         


Boom met een rechte stam, dichte kroon met bochtige en op latere leeftijd zware takken.

De boomschors is grijsbruin met diepe verticale groeven en richels.

De takken hebben verticale barsten.

Een typisch kenmerk voor iepen is de asymetrische bladvoet.

De gladde iep bloeit vroeg in de lente met kleine rode bloemen in een hoofdje.

De vruchten zijn vleugelnootjes omringd door een doorschijnende, elliptische vleugel.

Ze zijn al rijp in mei. Van nature komt gladde iep vooral voor op de iets rijkere leem en kleigronden van Haspengouw en de Maasvallei.

Hij wordt vaak in  houtkanten aangetroffen.

De gladde iep maakt wortelopslag en uitlopers.

Het hout heeft een fijne nerf en wordt in de meubelindustrie gebruikt.