Wilde bosaardbei (Fragaria vesca)

 

 

Bosaardbei is de wilde tegenhanger van de cultuuraardbei. Daar waar de cultuuraardbei een kruising is tussen Europese en Amerikaanse soorten, is de bosaardbei een inheemse soort. Ze groeit in bijna heel België. De plant heeft kleine, witte bloemen. De samengestelde, drievoudige bladeren zijn glanzend en hebben een gezaagde rand. Bosaardbei bloeit in mei en juni, soms tot in de herfst.

 

De vlezige schijnvruchten worden aan de voet omgeven door een krans van haren en kelkbladen. Ze zijn breed afgerond-kegelvormig, helderrood en aan de buitenkant bedekt met zaden tot aan de voet. Ze zijn klein (tot +/-1 cm groot), eetbaar en zoetzuur van smaak.

 

Ze geven de voorkeur aan een zonnige tot halfbeschaduwde standplaats op matig vochtige tot droge, matig voedselarme tot matig voedselrijke, neutrale tot kalkrijke en vaak iets verdichte grond. (Op zand, leem, zavel, lichte klei en mergel).

 

Natuurlijke groeiplaatsen zijn: Bossen (open plaatsen in loofbossen en langs bospaden), kapvlakten, houtwallen, bosranden, heggen, struwelen, dijken, bermen, afgravingen (zandgroeven en oude leemkuilen), grasland (kalkgrasland en hellinggrasland), op voormalige akkers, soms op muurtjes en in de zeeduinen.

 

In een tuin kunnen ze als bodembedekker gebruikt worden in de rotstuin en langs muurtjes of paden. De plantjes vormen, net als de gekweekte varianten uitlopers, en zijn op deze wijze doorlevend.

 

De kogelronde aardbeitjes krijgen pas als ze volledig rijp zijn hun bijzondere aroma, waaraan de grotere, normale (cultuur)aardbeien nauwelijks kunnen tippen. Ze bevatten zeer veel vitamine C en smaken aangenaam zuur.

 

Was de bosaardbeien altijd grondig voor je ze opeet, want het gevaar bestaat dat ze met de eieren van de vossenlintworm zijn geïnfecteerd!